De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP), eist diepgaand onderzoek naar verdwenen pensioengelden van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR)

In de pers is melding gemaakt van een boekhoudkundige chaos bij het CBR, de instantie die verantwoordelijk is voor de afgifte van rijbewijzen. Dat zou hebben geleid tot het verdwijnen van twaalf miljoen euro’s die hadden moeten zijn afgedragen aan pensioenpremies voor de twaalf honderd medewerkers en gewezen medewerkers van het CBR. Er zou ook overigens sprake zijn van mismanagement en daaruit voortvloeiende misstanden.

De NBP verlangt al jaren inspraak van gepensioneerden en aanstaande gepensioneerden in de besturen van pensioenfondsen ter voorkoming van de misstanden zoals die nu bij het CBR en overige vergelijkbare pensioenbeheerders zijn gesignaleerd. In dit geval geldt dat de pensioenverzekeraar Nationale Nederlanden, die optrad als pensioenuitvoerder ten behoeve van CBR. Al eerder heeft de NBP gepleit voor een garantiefonds voor gevallen als deze en voor een pensioenkeurmerk, met toezicht daarop van De Nederlandsche Bank (DNB).
Het diepgaand onderzoek dient in de eerste plaats antwoord te geven op de vraag wat gebeurd is met de niet-afgedragen pensioengelden. Het door een onafhankelijke commissie uit te brengen onderzoeksrapport dient openbaar gemaakt te worden. Omdat het CBR een semi-overheidslichaam is, is daartoe een beroep te doen op de Wet openbaarheid van bestuur, die de overheid, het ministerie van Verkeer en Waterstaat, verplicht in gevallen als deze desgevraagd inzage te geven van stukken. De NBP is bereid de helpende hand te bieden ter oplossing van deze affaire, waarvan uiteindelijk de gepensioneerden en aanstaande gepensioneerden de dupe zijn.

ABP stelt in de studie ‘Ons pensioen: Flexibel en vergrijzingsbestendig’, dat het Nederlands pensioenstelsel goed in staat is om de kosten van de vergrijzing op te vangen. Verworpen wordt de stelling van het Centraal Planbureau (CPB) dat het huidig stelsel onbetaalbaar is. Ook verwerpt ABP de voorstellen om de pensioenleeftijd te verhogen evenals het aantasten van het bodempensioen (AOW). Het lijkt erop dat de NBP, de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, door deze studie het gelijk aan zijn zijde krijgt.

De ABP-stellingname heeft bij de Tweede-Kamerleden niet geleid tot verandering van inzicht over de aanpak van de vergrijzingsproblematiek, aldus het Financiëel Dagblad van 22 augustus.

De NBP wil de strijdende partijen om de tafel krijgen om een juiste discussie te laten voeren over de vergrijzingsproblematiek. Duidelijk gemaakt moet worden of en hoe voorbarig de door de politiek nu voorgestelde (en in onze ogen) draconische maatregelen zijn.
Het is daarom de hoogste tijd voor het ‘Nationaal pensioendebat’ dat de NBP al langer noodzakelijk acht.

Er gaat vrijwel geen dag voorbij of er verschijnen publicaties over pensioenen in de persmedia. Uit sommige artikelen blijkt dat veel mensen zelf zouden willen bepalen wanneer zij hun pensioengeld opnemen en zeggenschap willen over de hoogte van de te betalen pensioenpremie. Regelmatig wordt ook de ‘vergrijzing’ genoemd als bedreiging voor de Nederlandse economie. De deelname van ouderen aan het arbeidsproces zou moeten worden bevorderd om de oudedagsvoorziening in stand te houden. Ook de verhoging van de AOW-leeftijd is regelmatig onderwerp van discussie. Veel jongeren denken dat er straks voor hen geen ‘bodempensioen’ meer zal zijn. Dit leidt tot tegenstellingen tussen jongeren en ouderen, die onnodig frictie oproept. Het lijkt goed om te komen tot een onderzoek naar de vergrijzing en de gevolgen daarvan, waarin de toekomstige kosten voor wonen, zorg en pensioenen worden meegenomen. De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen pleit hiervoor al jaren. Dit is beter dan zinloze uitspraken zoals: ‘Prominenten PvdA voorzien grijze opstand tegen Bos’; ‘Marcel van Dam knoeit met cijfers’ en ‘Wouter Bos pakt de ouderen’.

De uitspraak dat Bos de kiezer misleidt en de gepensioneerden in zijn plannen keihard aanpakt is uiterst negatief. Het hitst de tegenstellingen op tussen jong en oud. Het laten vervallen van het lage belastingtarief voor ouderen en 65-plussers mee laten betalen aan de AOW lijkt op een kiezersstunt van de eerste orde. Als dit de sociaal-economische visie wordt van de PvdA voor de volgende parlementsverkiezingen dan is het terecht dat de coryfeeën Van Dam en Peper stellen niet in 2007 te stemmen op de PvdA. Het valt echter te betwijfelen of dit moet leiden tot de oprichting van een “Progessieve Ouderen Partij”.

Het mobiliseren van ouderen is een goede zaak. De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen juicht deze gedachtengang van de heren Van Dam en Peper van harte toe. Immers de NBP zet zich al jaren in voor goede belangenbehartiging ten aanzien van de ontwikkelingen op het gebied van de pensioenen en aanverwante zaken. Niet alleen voor de huidige, maar ook voor jongere toekomstige gepensioneerden. Gepleit wordt dan ook voor een ‘nationaal pensioendebat’ dat is zinvoller dan nu – in het vooruitzicht van de verkiezingen in 2007 – met modder te gooien. Ongeacht om welke (politieke) partij het dan ook gaat.

Het lijkt op misleiding als volgens het CPB de aanvullende pensioenen tot 2024 niet of niet geheel kunnen worden geïndexeerd. Zou dit waar zjin dan betekent dat de aanvullende pensioenen in 2024 ruim 12% lager zullen zijn dan bij een volledige compensatie. Ook dat pleit voor een ‘nationaal pensioendebat’. Het kan niet zo zijn dat gepensioneerden, die niet meer in staat zijn iets aan hun inkomenspositie te veranderen, telkenmale keihard worden aangepakt. Het staat ook haaks op de politieke zienswijze van velen om zich blijvend te willen inzetten voor een welvaartsvaste AOW. Voor misleiding is dan geen plaats. Dit zou lijken op ‘kiezersbedrog’.

Volgens het jaarverslag 2005 is het ABP op de goede weg, maar dat is nog niet voldoende om de pensioenen weer volledig te kunnen indexeren. In 2005 maakte het ABP een hoog rendement op zijn beleggingen (12,8 procent). Ondanks dat daalde de dekkingsgraad (de verhouding van het pensioenvermogen en de pensioenverplichtingen) tot 119.7 procent. Oorzaak daarvan: de lage rente die de pensioenverplichtingen doet stijgen. Begin 2006 is evenwel sprake van enig herstel van de dekkingsgraad als gevolg van rentestijging. Maar het blijft volstrekt onzeker of deze ontwikkeling zich dit jaar verder zal voortzetten. Geen reden dus om – nu al – te juichen.

Juichkreten zal het ABP-bestuur dus niet laten horen. Juichkreten evenmin bij de NBP (Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen) met de meeste leden uit de ambtelijke- en de onderwijssector. De bond wijst er op dat over de laatste twee jaar (2004 en 2005) de indexering zich heeft beperkt tot enkele tienden van procenten. Het ABP-bestuur heeft toegezegd dat zodra de financiële omstandigheden dit toelaten de pensioenen weer volledig geïndexeerd zullen worden en een ‘inhaalslag’ kan worden gemaakt. Deze toezegging kan alleen worden waargemaakt met de volle steun van de overheidswerkgever. De NBP staat daarom kritisch tegenover het pensioenbeleid van de overheid als werkgever. Het heeft er, meent de bond, alle schijn van dat het ABP als het goed gaat door de overheid als melkkoe wordt gebruikt waarbij het indexatiebeleid daarna eenzijdig als sluitpost wordt gezien.

Binnenkort vinden in de Tweede Kamer beraadslagingen plaats over de voorjaars-nota van het kabinet en de besteding van financiële meevallers voor het Rijk. De NBP vindt dat een meevaller van € 650 miljoen moet worden besteed aan een extra storting in het pensioenfonds ABP. Tot 2004 zijn de ABP-premies vele jaren ver onder kostprijs vastgesteld; hiervan heeft de overheidswerkgever langdurig geprofiteerd. Dit heeft het ABP-vermogen verzwakt. De NBP vindt het niet meer dan gerechtvaardigd dat onverwachte meevallers nu ook gebruikt worden om de te lage reserves van het ABP op peil te brengen en de twee en een half miljoen betrokken gezinnen ervan te overtuigen dat de Staat een serieuze werkgever is die de toezeggingen aan haar werknemers en oud-werknemers ernstig neemt.

Indexatie pensioenen in 2006 blijft opnieuw achter, hoe legt ABP het de gepensioneerden uit?

De NBP maakt zich ernstig ongerust over de koopkracht van de gepensioneerden nu de indexatie (is aanpassing aan het stijgende loon- en prijspeil) is gesteld op slechts 0,17%. Dit komt voor de meeste gepensioneerden heel hard aan.
Daartegenover staat dat de premie voor pensioenafdracht is verlaagd, welke verlaging hoofdzakelijk ten goede zal komen aan de werkgevers.
Weliswaar zijn de inflatiecijfers relatief laag, maar ze geven een onvolledig beeld van de werkelijkheid, met name omdat de ziektekostenpremies hierin niet zijn opgenomen. Speciaal door het nieuwe zorgstelsel zijn voor velen belangrijke kostenstijgingen te verwachten. Hier komt bij dat de indexering aan het begin van het afgelopen jaar ook al zeer beperkt was (0,12%). Vele gepensioneerden staan daardoor reeds met de rug tegen de muur.

De grepen uit de kas door de overheid (veel te lage premie vaststelling) vóór de privatisering van ABP wreken zich nu, maar ook na de privatisering is het beleid door ABP voortgezet door de premies ver beneden kostprijs vast te stellen.

De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP) neemt stelling tegen de voornemens van de Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (de Stichting FVP) om met ingang van 1 januari 2008 te stoppen met bijdragen aan WW-gerechtigden. De Stichting verwacht dat de middelen die zijn bedoeld om deze bijdragen toe te kennen in 2008 zullen zijn uitgeput. Bedoelde middelen worden sinds 1989 gebruikt om pensioenvoorzieningen voor werkloze werknemers, ouder dan 40 jaar, tot hun 65e voort te zetten. De Stichting beschikt daartoe over beleggingsinkomsten van kapitaal, bijeengebracht door de werkgevers. De blijvende lage rentestand en de toegenomen werkloosheid blijken hun tol te eisen, aldus het stichtingsbestuur, en maken ingrijpen in de FVP-regeling noodzakelijk. De dreigende insolventie bij ongewijzigd beleid heeft tot gevolg dat WW-rechthebbenden de dupe zijn. Hun uiteindelijke pensioen op 65-jarige leeftijd kan door de voorgenomen maatregelen worden gehalveerd.

De NBP is van oordeel dat dit moet worden voorkomen, was het slechts omdat de loonbevriezing (gedurende een aantal jaren geen of verminderde indexatie) nu al geruime tijd van negatieve invloed op de pensioenen is. Aanstaande gepensioneerden/WW-gerechtigden worden aldus ten minste tweemaal getroffen. De NBP komt hiertegen op met voorstellen om het FVP-fonds aan te vullen. Daartoe bestaan verschillende mogelijkheden:
De werklozen zelf zouden ook een deel van de premie kunnen gaan betalen, immers de werkenden betalen ook een deel van deze premie.
Een opslag op de WW-premie van enkele tienden van procenten.

Als noodmaatregel, de leeftijdsgrens verhogen, bijvoorbeeld naar 45 jaar. Zo blijft de kwetsbaarste groep werklozen toch zijn pensioenopbouw behouden. Belangrijk is natuurlijk ook de arbeidsmarktpositie van de ouderen te verbeteren. Dan behoeven minder werklozen gebruik van de regeling te gaan maken. De NBP zal zich met deze voorstellen richten tot de werknemers- en werkgevers organisaties, de politiek en het stichtingsbestuur.

Bestuursvertegenwoordigers van ABP en NBP confronteren elkaar in een rendez-vous in Amersfoort.
De Stichting Pensioenfonds ABP en de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, zochten elkaar op om van gedachten te wisselen over het Herstelplan van ABP. De NBP behartigt de belangen van de gepensioneerden.
De NBP bracht in de discussie in dat, nu het weer goed gaat met het rendement en de dekking van het ABP-fonds, de pensioenen met terugwerkende kracht met 100% weer kunnen worden geïndexeerd (thans 2/3).
De NBP maakte van deze gelegenheid gebruik om haar speerpunten naar voren te brengen:
1. Bestuursdeelneming aan de pensioenfondsen
2. Indexatie – inhaalslag van de pensioenuitkeringen
3. Solidariteit binnen de fondsen over de generaties heen
4. Deskundigheidsbevordering van de pensioenfondsbestuurders

In soms heftige discussie bleken ‘partijen’ elkaar goed te verstaan.
ABP en NBP hebben afgesproken elkaar vaker op deze wijze te ontmoeten in het belang van de gepensioneerden maar ook van het pensioenfonds.

De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP) heeft met verbijstering kennisgenomen van het feit dat er Nederlandse pensioenfondsen zijn die in 2002 hun pensioenpremie 25% onder de werkelijke kostprijs hebben gehouden en dat in 2003 dit nog steeds 15% zal zijn. (Volkskrant d.d. 25 september 2003)
Met het houden van de pensioenpremie onder de werkelijke kostprijs wordt de financiële gezondheid van het pensioenfonds ondermijnd.
* Dat daarbij aan de indexatie van de pensioenen van meer dan vijf miljoen gepensioneerden, weduwen en slapers wordt getornd vindt de NBP onaanvaardbaar.
Het niet-kostendekkend zijn van de pensioenpremies mag geen reden zijn om de indexatie niet toe te passen. (NBP-PVK overleg 8 januari 2003)
De Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) heeft dit oritorium als uitgangspunt genomen. Maar het toezicht op het toepassen van dit criterium is niet of onvoldoende waarneembaar.
Door herstel op de effectenbeurzen hebben de pensioenfondsen in de laatste maanden hun tekort fors zien verminderen.
* De NBP is van mening, dat dit herstel dient te worden aangewend voor een inhaalslag inzake in het verleden niet-toegepaste indexering van pensioenen.
Niettegenstaande dat gepensioneerden, weduwen en slapers 47% uitmaken van alle belanghebbenden en daarbij ca. 48% van het pensioenvermogen hebben opgebouwd, hebben zij geen volwaardige zeggenschap in de besluitvorming inzake de vaststelling van de pensioenpremie en de indexatie van de pensioenen.
* De NBP doet een dringend beroep op de politiek om te bewerkstelligen dat in pensioenfondsbesturen niet alleen vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers zitting hebben, maar tevens vertegenwoordigers van gepensioneerden.

De NBP, de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, doet een dringend beroep op bestuurders van de PVK, de Pensioen & Verzekeringskamer en op de bestuurders en directie van de pensioenfondsen, om de voorgenomen exorbitante salarisverhogingen van hun top niet door te laten gaan. Naast de verhoging van salaris van de voorzitter van de PVK, van 230.000 euro naar 360.000 euro (56,5%) werden ook de vergoedingen van de toezichthouders in de Raad van Toezicht verhoogd met 47%. Onbegrijpelijk, ook met het oog op het verdwijnen van veel arbeidsplaatsen bij de PVK, als gevolg van fusie met DNB, De Nederlandse Bank.
In een tijd dat iedereen wordt verzocht om als gevolg van de beleggingsdrama’s van de laatste drie jaar een bijdrage te leveren, zijn de exorbitante salarisverhogingen een maatschappelijk beslist onverantwoord en slecht signaal. Immers om de pensioenfondsen weer gezond te maken moeten de pensioenpremies worden verhoogd en de indexatie van de ingegane pensioenen verlaagd, respectievelijk worden er pensioenen helemaal niet meer geïndexeerd.
In de pensioenwereld wordt grote nadruk gelegd op het belang van solidariteit. Beslissingen en voornemens tot salarisverhogingen van topfunctionarissen zijn daarom sociaal en moreel niet acceptabel en kunnen ook niet worden uitgelegd aan gepensioneerden, weduwen en de a.s. gepen-sioneerden, de huidige premiebetalers. Deze laatste categorie heeft bovendien ook nog te maken met de slechte economische omstandigheden als gevolg waarvan er elke dag vele werklozen bijkomen. Immers zonder baan geen tot een slechts beperkt verplichte opbouw van pensioen. De a.s. gepensioneerden worden niet alleen door het verliezen van hun baan geschaad maar het heeft ook gevolgen voor het pensioen dat zij ontvangen bij het bereiken van hun pensioengerechtigde leeftijd.
De publieke opinie wordt steeds onrustiger met betrekking tot de toekomst. Een publiek debat over pensioenen kan daarom niet langer uitblijven!
Het imago van de sociale partners die verantwoordelijk zijn (ook voor het pensioen), zal aan geloofwaardigheid inboeten en de toezichthouders in de Raad van Toezicht en de directie van de PVK ondermijnen daarmee hun eigen gezag.
De NBP doet dringend beroep op de rijksoverheid en de politiek om, uit overwegingen van solidariteit maar ook integriteit, te laten stoppen met de exorbitante verhogingen van salarissen van top-bestuurders en toezichthouders of tenminste te wachten tot betere tijden. Laten deze topbestuurders eerst bewijzen dat zij die verhoging hebben verdiend!
BELONING STIJGT BIJ TOEZICHT?NU DUS NOG ’EVENTJES’ NIET!

De NBP, de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, verzoekt de Tweede Kamer der Staten Generaal, zeer dringend namens 5 miljoen gepensioneerden, weduwen en slapers, wél in te stemmen met het initiatiefwetsvoorstel, dat wezenlijke medezeggenschap voor hen beoogt.
De oproep van de werkgevers en werknemers in de STAR, de Stichting van de Arbeid, nadat een muilkorfconvenant met het CSO, het Coördinatieorgaan van Samenwerkende Ouderenorganisaties, is gesloten om niet in te stemmen met het wetsontwerp, toont op een kwalijke manier het misbruik aan van dit verwerpelijke convenant.
De ouderenbonden hebben zich notabene accoord verklaard in een slecht 2e convenant, dat geldt tot 2007, niet te pleiten voor wetgeving aangaande zeggenschap.
U ziet: nú kan de STAR ongehinderd pleiten om wetgeving tegen te gaan en de gepensio-neerden en slapers in het CSO, moeten hun mond houden en kunnen dus niet voor mede-zeggenschap pleiten, ondanks het feit dat in 2001 zij:
1. Ca. 46% van de belanghebbenden in de pensioenfondsen vertegenwoordigen en
2. Ca. 48% van het totale pensioenfondsvermogen verplicht hebben opgebracht.
3. Daarnaast zij de grootste risicodragers zijn bij mogelijk mismanagement van een pensioenfondsbestuur
(NB: in 2005 zullen zij door de toenemende vergrijzing ca. 50% van het totaal van belanghebbenden uitmaken).
Door het korten op indexaties waarbij in vele gevallen de pensioenen nog steeds onder de kostprijs worden gehouden, worden de werkgevers en de werknemers éénzijdig bevoordeeld.
Deze gang van zaken toont aan dat de in het CSO verenigde ouderenorganisaties, kennis en onderhandelingsbekwaamheid te kort komen om de belangen van meer dan 5 miljoen belanghebbenden effectief te behartigen.
De NBP verzoekt de geachte leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal zich niet te laten misbruiken door de professionele STAR-lobby die via onderhandelings-trucjes, de STAR onwaardig, gepensioneerden, weduwen en slapers als 2e-rangs burgers willen blijven behandelen!
Juist nu in de komende jaren er belangrijke maatregelen inzake de pensioenen moeten worden genomen, mogen de gepensioneerden, waarvoor het pensioen bedoeld is, niet worden buitengesloten.