Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Rutte (VVD) moet op zo’n kort mogelijke termijn met de Pensioen- en spaarfondsenwet in de hand het toezicht op de pensioenfondsen versterken. Dit eisen FNV-bondgenoten, uitkeringsgerechtigden en ouderen (FNV-BG UGO), de NBP (de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, de Belangenvereniging Pensioengerechtigden PGGM (de BP-PGGM) en de VAP (de Vereniging Aanpak Pensioenbreuk).
De vier organisaties, die de belangen van meer dan 8,5 miljoen gepensioneerden, weduwen en ’slapers’ raken, maken zich ernstig zorgen over de wegsmeltende pensioenvermogens. Recente berichten wijzen uit dat meer dan 300 pensioenfondsen op dit ogenblik in de problemen zitten; een aantal daarvan heeft de aanpassing van de pensioenen aan de lonen en prijzen (welvaart- of waardevastheid) al achterwege gelaten. Méér fondsen zullen dat voorbeeld volgen, menen de samenwerkende organisaties. De negatieve spiraal in de nationale en internationale economie treft daardoor in onevenredige mate de gepensioneerden.
Ofschoon de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) al in 1999 heeft gewaarschuwd voor ’potverteren’, hebben nog in 2001 pensioenfondsen premies verlaagd en daarvoor bufferoverschotten bestemd. Van dat ’va-banc’-beleid worden pensioengerechtigden nu de dupe, aldus FNV-BG UGO, NBP, BP-PGGM en VAP.
Zij willen via staatssecretaris Rutte verscherping van toezicht door de Pensioen- en Verzekeringskamer. De toenemende problemen waar de fondsen nu mee geconfronteerd worden zijn grotendeels terug te voeren op vaak onvoldoende betrokkenheid en deskundigheid van hun besturen. Dat blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit naar ’fund governance’. De resultaten van dat onderzoek zijn zodanig alarmerend, dat snel ingrijpen door de nieuwe staatssecretaris urgent is, aldus FNV-BG UGO, NBP, BP-PGGM en VAP.
De bonden zijn óók van oordeel dat gepensioneerden in de besturen van pensioenfondsen méér zeggenschap moeten krijgen. Zij steunen daarmee het initatief-wetsvoorstel dat nog in de vorige kabinetsperiode aan de Tweede Kamer is aangeboden.

De NBP, de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, en de BP PGGM, de Belangen-vereniging Pensioengerechtigden PGGM, vinden onmiddellijke verhoging van de pensioenpremies noodzakelijk
NBP en BP PGGM reageren hiermee op voornemens van pensioenfondsen om ingegane pensioenen te bevriezen (het niet of slechts ten dele periodiek aanpassen aan gestegen lonen en prijzen). NBP en BP PGGM wijzen er op dat sinds het eind van de jaren zeventig, in het kader van bezuinigingen bij de overheid, het onderwijs en in de zorgsector de pensioenen op achterstand zijn gezet als gevolg van ingrepen in de salarisontwikkelingen, bekend onder de naam ”Bestek ’81″. Deze ingrepen zijn intussen grotendeels teniet gedaan door nieuwe salarismethodieken.
De toen ontstane achterstand in de pensioenen is echter tot vandaag toe gebleven.
Aanstaande gepensioneerden hebben hiermee tot nu toe zijdelings te maken gehad vanwege stelselmatige verlaging (zelfs tot nul, de zgn. ”premieholiday”) van pensioenpremies. Via de verdeling van die premies in een werkgevers- en werknemersaandeel hebben de overheids- en onderwijswerkgevers van deze bezuinigingen geprofiteerd.
Het solidariteitsprincipe, ten grondslag liggend aan collectieve pensioenregelingen, brengt een evenwichtige verdeling van pensioenlusten én – lasten mee.
De gemiddelde pensioenpremie (werkgevers- en werknemersaandeel tezamen) bedraagt 12 à 14%. De nu gepensioneerden hebben langdurig te maken gehad met premies tot 22%. Berekend is dat een kostprijsdekkende premie zou moeten worden opgehoogd tot 16 à 18%, hetgeen nog altijd lager is dan 22%.
Lastenverdeling betekent dat tegenover achterblijvende pensioenen een voldoende verhoogde premie staat, zeker zolang deze fiscaal aftrekbaar is, aldus NBP en BP PGGM.
NBP tel. (070) 3601921/fax (070) 3561495, Scheveningseweg 7, 2517 KS DEN HAAG

De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen NBP, samen met FNV-BG UGO (sector uitkeringsgerechtigden en ouderen), met in totaal 110.00 leden, menen dat in de komende kabinetsperiode een fundamentele studie moet worden gemaakt over de ontwikkelingen van het Nederlandse pensioenstelsel.
De toekomstige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dient daartoe, vinden NBP en FNV-BG UGO, zo snel mogelijk een opdracht te geven en daarvoor faciliteiten beschikbaar te stellen. Gezien de toekomstige problematiek van vergrijzing dient er minimaal een Directeur-Generaal Generatiezaken te worden aangesteld. NBP en FNV-BG UGO bepleiten dit onderzoek vanwege de bedreigingen die de Nederlandse pensioenen staan te wachten of die al in de praktijk zijn gebracht via kortingen of non-indexatie van pensioenen (in versneld tempo de pensioenen op achterstand zettend).
NBP en FNV-BG UGO wijzen in de eerste plaats op de plannen van de coalitie-partners, CDA, LPF en VVD om de aftrekbaarheid van pensioenpremies voor de opbouw van pensioenjaren te beperken van maximaal 2% tot maximaal 1,75%, als gevolg waarvan minder pensioengevende dienstjaren kunnen worden opgebouwd. Hetzelfde doet zich voor met de plannen tot verlaging van de aftrekbaarheid van lijfrentepremies. Tenslotte wijzen NBP en FNV-BG UGO op de pensioensituatie in de Europese Unie; gelijkschakeling van Europese pensioenen betekent aantasting van het Nederlandse (kapitaaldekkings-) pensioenstelsel.
Nu vrijwel dagelijks negatieve berichten over de pensioenen verschijnen menen NBP en FNV-BG UGO dat een onafhankelijke studie op wetenschappelijk niveau in elk geval antwoord moeten geven op vragen over:
- evaluatie solidariteitsbeginsel;
- de financiering van pensioenen;
- de garanties t.b.v. gepensioneerden en a.s. gepensioneerden;
- het eigendomsrecht van pensioengelden;
- reserveren en ’pensioenbuffers’;
- de zeggenschap over pensioenen door werkgevers, werknemers, gepensioneerden en slapers.

”Pensioenfondsen hoeven niet langer verplicht te worden om te allen tijde betaling van pensioenen te garanderen”, aldus blijkens perspublikaties, een advies dat de Sociaal-Economische Raad kort geleden zou hebben vastgesteld.
Pensioen- en ouderenorganisaties (de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen NBP, de Belangenvereniging van PGGM-gepensioneerden en zusterorganisaties, verenigd in de Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden NVOG) en het overkoepelende Coördinatieorgaan van Samenwerkende Ouderenbonden CSO eisen van de SER op korte termijn opheldering over dit advies.
Zij wijzen de SER en de pensioenfondsen ABP en PGGM er op dat onder gepensioneerden en aanstaande gepensioneerden grote onrust is ontstaan over dit advies. Voor en door hen is als regel jarenlang premie afgedragen. De onrust wordt vergroot doordat het SER-advies de discussie over modernisering van pensioenen doorkruist en geheel voorbij gaat aan de noodzaak de pensioenen op peil te houden door indexering (aanpassing aan het welvaartspeil).
Pensioenregelingen vormen een belangrijk onderdeel van de arbeidsvoorwaarden en zijn als zodanig een garantie voor werknemers en oud-werknemers. Deze regelingen kunnen niet achteraf in die zin worden gewijzigd dat de rechten van oud-werknemers op een behoorlijke oudedagsvoorziening niet meer gegarandeerd zijn, menen de belangenorganisaties.
Zij verwachten op korte termijn een reactie van de SER en de twee grootste Nederlandse pensioenfondsen, ABP en PGGM waarin duidelijkheid over de strekking van het SER-advies wordt geboden en de verontrusting daarover wordt weggenomen.