Wanneer de feiten veranderen
Een bekende stellingname luidt: Pas als feiten of omstandigheden veranderen, ben ik bereid mijn eerdere standpunten te heroverwegen. Dat geldt als het goed is ook voor een van de toezichthouders in ons pensioenstelsel, De Nederlandsche Bank (DNB).
Wanneer wij met een pensioenbril naar de omgevingsfactoren voor de pensioensector kijken, kunnen we constateren dat de omstandigheden en vooruitzichten op de financiële markten voor de korte tot middellange termijn voor pensioenfondsen structureel verbeterd zijn. De rente lijkt zich in een opwaartse trend te bewegen en dat heeft een positieve invloed op de dekkingsgraad van pensioenfondsen. Normaal gesproken is een stijgende rente niet positief voor aandelenmarkten, maar zolang de winsten van ondernemingen harder stijgen dan de financieringskosten, blijft dat negatieve effect voorlopig achterwege. Vooralsnog lijken alle verkeerslichten voor een stijging van de dekkingsgraad op groen te staan.
Invaarbeschikking DNB
Voor dat pensioenfondsen naar het nieuwe pensioenstelsel mogen overstappen (het zogenaamde ‘invaren’) dient DNB akkoord te gaan en een invaarbeschikking af te geven. DNB beoordeelt dan met name of er bij het invaren sprake is van evenwichtigheid voor wat betreft de effecten voor verschillende deelnemersgroepen.
Beoordeling evenwichtigheid verre van eenvoudig
Het beoordelen van evenwichtigheid is in de nieuwe pensioenwet allesbehalve eenvoudig. In theorie hebben pensioenfondsen met een hoge dekkingsgraad wat ruimte gekregen om gemiste indexatie in te halen, dit dankzij het amendement Maatoug‑Palland. In de praktijk gebeurt dat nauwelijks. Dat komt doordat DNB vooral stuurt op het netto profijt en niet op de pensioenverwachting.
DNB vergelijkt de waarde en verwachte indexatie van pensioenen in het oude stelsel met die in het nieuwe stelsel. De uitkomsten mogen niet te veel van elkaar verschillen. Maar in het oude stelsel werden indexaties vaak vooruitgeschoven om buffers op te bouwen, een aanpak die vooral gunstig was voor jongeren. Door netto profijt wordt die oude weeffout nu feitelijk doorgezet, en dat pakt juist nadelig uit voor oudere gepensioneerden.
Een 90‑jarige had in het oude stelsel door het steeds uitstellen van indexatie vrijwel geen uitzicht op verhogingen. Omdat netto profijt dat oude beeld als referentie blijft gebruiken, wordt inhaalindexatie, precies dat wat Maatoug‑Palland beoogde, in de praktijk bijna onmogelijk.
Beleid DNB van soepel naar strikt en weer terug naar minder strikt
Sociale partners hadden in hun transitieplannen veelal gekozen voor het evenredig toedelen van de vermogensoverschotten (dat is het deel van het vermogen dat hoger is dan de waarde van de pensioenverplichtingen). Dat heet verdelen zonder spreiding. DNB pleit - of beter gezegd dwingt af - dat het toedelen van overschotten steeds op basis van 10-jaar spreiding geschiedt. Voor oudere gepensioneerden is dat nadelig, wanneer hun levensverwachting korter is dan die 10 jaar.
Bij de beoordeling van de transitieplannen van de eerste grote fondsen leek er bij DNB ruimte voor een vergelijk te zijn. Zo kreeg BPF Bouw toestemming ruimte om het vermogen tot een dekkingsgraad van 135% zonder spreiding toe te delen. Al snel verhardde het standpunt van DNB en werd strikt en volledig vastgehouden aan 10 jaar spreiding. In de afgelopen maanden gaf DNB weer wat meer ruimte.
Toch wel bijzonder is de beoordeling van het eigen DNB-pensioenfonds. Het DNB-fonds deelt bij het invaren de eerste tien procent van de dekkingsgraad evenredig uit. Bij Pensioenfonds PME was er eveneens sprake van enige soepelheid. Ook daar wordt een deel van de dekkingsgraad gebruikt voor het evenredig toebedelen van het overschot. Daarmee wordt de wens van de sociale partners ingewilligd om het toekennen van inhaalindexatie deels leeftijdsonafhankelijk te maken.
Pensioenfondsen en sociale partners staan voor een lastige beslissing
Het niet toegeven aan de wensen van DNB, en het verzoeken om de gewijzigde omstandigheden sterker te laten meewegen, kan er toe leiden dat geen invaarbeschikking wordt afgegeven en daarmee tot uitstel van het invaren. Voor deelnemers leidt dat tot onzekerheid. De dekkingsgraad van het pensioenfonds kan ook weer dalen en uitstel van invaren betekent ook dat pensioenen later kunnen worden verhoogd. Een duivels dilemma! Wat is wijsheid?
Anton de Bekker AAG
Bestuurslid VGO media
