nieuws

Het ABP laat zijn gepensioneerden in de kou staan

Op woensdagmiddag 8 april 2026 was ik in Zeist bij de presentatie van het ABP over het nieuwe pensioenstelsel dat per 1 januari 2027 ingaat. De presentatie was gelikt. Toch sliep ik de nacht daarna slecht.

De kern van mijn onvrede — en ik sta daarin bepaald niet alleen — is de indexatie-achterstand, ultimo 2024 opgelopen tot bijna 22 procent. Niet alleen hoe die is ontstaan, maar vooral hoe weinig ervan wordt goedgemaakt bij de overgang naar het nieuwe stelsel.

Toen ik in overheidsdienst trad, gold als uitgangspunt een welvaartsvast pensioen: gekoppeld aan de loonontwikkeling. Aan die koppeling is in de jaren tachtig en negentig al flink gesleuteld, en na de privatisering van het ABP in 1996 is zij in de praktijk losgelaten. Ik vind het schandalig dat niemand die toezegging heeft waargemaakt. De werkgevers niet, ondanks hun zorgplicht. De werknemers niet, ondanks de solidariteit waarop zij zich beroepen. En het ABP niet, ondanks alle deskundigheid die het in huis heeft en waartoe het toegang heeft.

Is binnen de overheidspensioenorganisatie ooit overwogen of bepleit om de welvaartsvastheid over de periode tot 1996 alsnog waar te maken? Zo ja, waarom is het er niet van gekomen? Zo nee, waarom niet — en waarom wordt het nu niet alsnog aangekaart?

Solidariteit in één richting

Het stelsel waarvoor is gekozen heet het solidaire pensioenstelsel. Uitgerekend bij de beleggingen laat het de solidariteit los. Gepensioneerden krijgen een "veiliger" beleggingspakket toebedeeld dan werkenden, en dus op langere termijn een lager verwacht rendement. Een koopkrachtig pensioen zit er daarmee niet in. Het ABP zegt het ook niet toe en noemt het zelfs niet als uitdrukkelijk streven.

Tegelijkertijd mogen — moeten — gepensioneerden wél meebetalen aan de compensatie voor het afschaffen van de doorsneepremie. Verplicht solidair met de werkenden, terwijl zij zelf geen premie meer betalen. Die keuze is onevenwichtig en is de gepensioneerdenbonden en -koepels door de strot geduwd.

Evenwichtig?

Het ABP en toezichthouder DNB schermen graag met "evenwichtig beleid": een evenwichtige verdeling van voor- en nadelen tussen werkenden en gepensioneerden. Laten we die balans eens opmaken.

Gepensioneerden verloren jarenlang koopkracht door de uitgebleven indexatie. Door de daling van de rekenrente verschoof bovendien impliciet pensioenvermogen van oud naar jong. Werkenden kregen te maken met een hogere pensioenleeftijd en een lager opbouwpercentage — maar dat raakt hun toekomstige opbouw, niet de verdeling van de pot die er nu ligt. Ook zij lopen indexatie mis, maar over een aanzienlijk kortere periode.

Mijn vraag is eenvoudig: hoe is dat evenwicht precies vastgesteld, en wie heeft die weging getoetst? Het is in deze tijd van technische mogelijkheden toch geen gevoelsmatige afweging geweest, maar een gekwantificeerde? Kom er mee voor de dag!

De weeffout en de rol van DNB

Was de rekenrente in 1996 zo laag geweest als nu, dan had de Stichting Pensioenfonds ABP bij de start een aanzienlijk grotere pot mee moeten krijgen dan de voorziening op basis van 4 procent rekenrente plus een buffer van 10 procent. Dat aspect had onder een garantieregeling van overheidswege moeten vallen — net als de toegezegde welvaartsvastheid zelf.

Door de dalende marktrente ontstonden dekkingstekorten en stelde het ABP jarenlang herstelplannen op, die door DNB werden goedgekeurd. Ze werkten niet. Wat DNB niet deed, was haar invloed aanwenden om de weeffout in de wet aan te pakken: de marktrente als rekenrente (zie Arjen Siegmann in Zwarte Zwanen). Het ABP heeft daar evenmin ooit een vuist voor gemaakt; het verontschuldigde zich jarenlang dat het niet kon indexeren en huilde krokodillentranen.

De marktrente als rekenrente dwong pensioenfondsen bovendien min of meer tot afdekking van het renterisico. Een kostbare verzekering, lastig uitvoerbaar voor een fonds van ABP-formaat en slecht verenigbaar met een langetermijnbeleid van brede risicospreiding. Wat heeft die renteafdekking het ABP gekost en wat heeft die opgeleverd? Ik zou die reeks graag zien, van 2007 tot nu.

Beleggen voor gepensioneerden

Vanaf 1 januari 2027 wordt er voor gepensioneerden defensiever belegd dan voor werkenden, uit angst voor kortingen. Behoud van koopkracht kunnen gepensioneerden dan wel vergeten. Met welk beleggingsbeleid denkt het ABP de ingegane pensioenen dan wél koopkrachtig te houden? Ik denk zelf aan beleggen in woningen, waarvan de huren jaarlijks wettelijk worden aangepast, en aan indexleningen. En zou het geen idee zijn de Staat te bewegen zulke indexleningen uit te geven, zodat pensioenfondsen ingegane pensioenen waardevast kunnen houden?

En dan de buffers

Aan het begin van de presentatie kregen we te horen dat het oude stelsel forse buffers vergt, dat die in het nieuwe stelsel niet meer nodig zijn, en dat ze daarom kunnen worden uitgedeeld. Logisch dat gepensioneerden er dan massaal op rekenen dat de achterstand van ruim twintig procent zo veel mogelijk wordt ingehaald.

Voor de overgang heeft het ABP een dekkingsgraad van minimaal 110 procent nodig. Alles daarboven zou je terugverwachten in inhaalindexatie. In plaats daarvan wordt van dat meerdere opnieuw een buffer gevormd.

Zo verdwijnt de ene buffer om plaats te maken voor de volgende, en blijft de rekening liggen waar zij al twintig jaar ligt. Heel veel gepensioneerden voelen zich daardoor bedrogen. Ik ook. Wij zouden die inhaalindexatie graag nog meemaken. Voordat we dood zijn.

Slot

Een paar dagen na de presentatie heb ik in iets uitgebreidere bewoordingen dan hiervoor het bestuur van het ABP een brief (mail) met vragen en opmerkingen doen toekomen. Daarop heb ik van een adviseur beleidscorrespondentie een reactie gekregen die bestond uit algemene teksten die ook op de website van het ABP staan. Daarom heb ik nogmaals om een inhoudelijke reactie gevraagd, bij voorkeur van Harmen van Wijnen, maar dan geen populistische zoals in zijn blogs of filmpjes. Ik heb nog steeds geen serieuze reactie op mijn vragen en opmerkingen mogen ontvangen.

Peter Jong

Voormalig actuaris ABP

Voormalig lid Deelnemersraad ABP/ Verantwoordingsorgaan ABP

Alphen aan den Rijn, 31 augustus 2026